|
Platform MVT-beleid, 7 maart 2008
Een verslag
Op deze eerste platformdag van 2008 verwelkomde dagvoorzitter Marianne
Driessen (CINOP) de
deelnemers
met verheugende cijfers: achttien roc’s hebben zich alweer aangemeld voor
deze nieuwe jaargang – oude getrouwen, maar ook nieuwe deelnemers als het
ROC Mondriaan. Het Platform MVT-beleid wordt gecoördineerd door CINOP,
SLO en Liemberg Taaladvies BV en bestaat hoofdzakelijk uit
taalcoördinatoren en beleidsmedewerkers van roc’s, aoc's en vakcolleges.
In het Beatrixgebouw van de Jaarbeurs Utrecht kwamen ze deze keer bij
elkaar voor een actief
programma
rond Moderne Vreemde Talen in Curriculumontwerp.


Inhoudsopgave
●
De opening
●
Jesse Artz (CINOP): Het bouwen van een curriculum.
●
Discussie
●
De opdracht
●
Een voorbeeld van good practice
●
Persoonlijke bevindingen
●
Resultaten
●
Goed om te weten; wetenswaardigheden als extra opbrengst van de dag
●
Tot slot

De opening
De
onderwerpen voor dit jaar liggen nog niet vast: Marianne wilde de
deelnemers graag de gelegenheid geven hun wensen daarover kenbaar te maken
via de ‘tips en tops’ aan het eind van de dag. Het Platform kan sowieso
nog interactiever: hebt u iets te delen, dan kan dat ook via de digitale
nieuwsbrief die na iedere bijeenkomst wordt verstuurd. Mail naar
akleef@cinop.nl.
Het thema van de dag was Curriculumontwikkeling moderne vreemde talen.
Daar waar curriculumontwikkeling voortvarend wordt aangepakt, wordt helaas
na een jaar hard werken nogal eens geroepen: ‘O, ja, en hoe doen we het
met de vreemde talen?’. Jesse Artz (CINOP) was de gast van de dag; zij
wilde laten zien en ervaren hoe je er in zo’n situatie voor kunt zorgen
dat de vreemde talen alsnog stevig in het curriculum verankerd worden.
terug naar de inhoudsopgave

Jesse Artz (CINOP): Het
bouwen van een curriculum
Jesse, als adviseur dagelijks betrokken bij
curriculumontwikkeling in vmbo en mbo, lichtte in haar presentatie de
werkwijze toe die zij daar, in gesprek met docenten en management, toepast
om in korte tijd tot een nieuw curriculum te komen.

De methodiek kenmerkt zich door een verdeling in vier fasen, weer
onderverdeeld tot een totaal van negen stappen. In minder goed
gecoördineerde processen van curriculumontwerp worden sommige stappen
nogal eens overgeslagen, andere niet goed ingezet of afgerond. Het gevolg
is een stagnerend proces.

De moderne vreemde talen moeten in een goed opgezet proces van
curriculumontwikkeling vanaf het begin worden meegenomen. Daarvoor is
gemeenschappelijke visievorming noodzakelijk, met oog voor de implicaties
van die visie voor het curriculum (Klik
hier voor een overzicht).
Vandaag wilde Jesse de platformdeelnemers confronteren met een situatie
waarin ‘de talen ook nog moeten’.
Klik hier voor de volledige
powerpointpresentatie.
terug naar de inhoudsopgave

Discussie

Toen Jesse gelegenheid tot vragen stellen bood, werd geleidelijk duidelijk
dat de meeste deelnemers de heldere opzet van haar werkwijze waardeerden
en zich tegelijk realiseerden dat het op hun eigen instelling nogal
ontbrak aan een dergelijke zorgvuldigheid. Belemmerende factoren die
werden genoemd waren: de verscheidenheid van de opleidingen, de haast in
verband met de nieuwe eisen Nederlands en MVT, te weinig geld en aandacht
voor de MVT, het niet formuleren van ontwikkeltaken, de relatieve
effectiviteit van het integreren (op zich al een interessant
onderzoeksonderwerp). Jesse wees erop dat juist vanwege deze veelheid aan
factoren de randvoorwaarden zuiver moeten blijven om een gedegen
curriculum van de grond te kunnen krijgen. Vandaag wilde ze proberen de
aandacht te richten op precies die vraag: wat zijn dan die
randvoorwaarden?
terug naar de inhoudsopgave

De opdracht
Jesse zette de deelnemers dus in de
werkhouding om ze te confronteren met de dilemma’s die er bij het ontwerp
van een curriculum voor talen aan de orde kunnen komen. Ze deed dat in de
vorm van een opdracht , waarbij ze een keuze bood tussen twee opleidingen,
verschillend in type en gekozen vreemde taal: de opleiding
Leisure and hospitality host met Spaans
en de opleiding Monteur
installatietechniek met Engels.

De opdracht
was om voor de gekozen opleiding een grof ontwerp voor een talencurriculum
te maken dat aansloot bij
het al
ingevulde curriculum van de opleiding. De deelnemers
konden verder beschikken over:
- een
kaderdocument van het
fictieve roc
- korte overzichten van kerntaken, werkprocessen en competenties van elke
opleiding (klik hier voor
Toerisme
en Techniek),
inclusief de taalcompetentieprofielen zoals ze in de betreffende
kwalificatiedossiers zijn opgenomen.

terug naar de inhoudsopgave

Een voorbeeld van good
practice
Ter inspiratie bij het curriculumontwerp was er na de lunch even
gelegenheid voor Anja van Kleef om aandacht te besteden aan een project
Duits/Nederlands van Albert Tammenga van het Drenthe College. Het project
betreft een reis naar Duitsland met een groep IHG-studenten van de
opleiding Commercieel Medewerker. Een reis naar het land van de doeltaal
biedt veel mogelijkheden om beroepsgericht aan taalverwerving te doen; de
uitdaging is om hem ook werkelijk deel van het curriculum te laten
uitmaken. Een filmpje gaf een impressie van het verloop van deze
jaarlijkse reis. Klik
hier voor meer informatie.

terug naar de inhoudsopgave

Persoonlijke bevindingen
Bij wijze van snelle uitwisseling van persoonlijke ervaringen tijdens het
werk aan de opdracht, vroeg Jesse de deelnemers om in een zogenaamde
‘stille wand’-discussie hun eigen conclusies en/of bevindingen op flappen
aan de wand te schrijven.
Klik
hier
voor de volledige
weergave van deze impressies.
terug naar de inhoudsopgave

Resultaten

De zeven groepjes presenteerden de resultaten van deze werkdag via hun
respectievelijke woordvoerders, volgens een door Jesse geleverd format.
Het belangrijkst daarbij waren de ‘dilemma’s’ die ze bij het bouwen van
het curriculum waren tegengekomen. Een terugkerende vraag was daarin: is
integreren op deze lage niveaus wel mogelijk? Het viel Jesse op dat er
nauwelijks werd aangesloten bij de kerntaken en werkprocessen. Of is het
misschien niet nodig om de scheiding algemeen/beroepsspecifiek zo scherp
te stellen? Korte, concrete opdrachtjes zijn genoeg. Jesse suggereerde
om in plaats van ‘integratie’ te denken aan ‘afstemming’.
Een ander herkenbaar dilemma was: wie kan en mag wat beoordelen? Zou een
beroepsbeoefenaar ook een beoordelaar moeten kunnen zijn? Frans Nelissen
vertelde dat er in zijn taaldorp ook stewardessen meelopen; ze
beoordelen ‘taal’ en ‘skills’. Maar groep 5 besloot, na het horen over
slechte ervaringen met beoordelen door de stagebieder, om het door de
vakcollega’s te laten doen.
Klik
hier voor een
overzicht van de dilemma’s.
Klik hier voor een
uitwerking van twee van de presentaties.

Jesse sloot af met dank voor ieders grote inzet. Ze merkte op dat ze
deze opdracht regelmatig met docenten doorwerkt, met vergelijkbare
discussies als resultaat. Als deze discussie bij docenten blijft, zal
het proces stranden. Het is aan het management om dat te voorkomen.
terug naar de inhoudsopgave

Goed om te weten
Wetenswaardigheden als extra opbrengst van
de dag
Bij de ‘dilemma’s’ werd het al geconstateerd: het feit dat er geen
certificaat is voor Spaans op A1 en A2 is een enorme hindernis in de
praktijk van het onderwijs Spaans. Constanza Campo-Calderon vestigde daar
nog eens de aandacht op, en stelde voor het instituut Cervantes te
benaderen met een verzoek om een dergelijk certificaat in het leven te
roepen.
Een leerling die zijn opleiding wil afronden met Spaans als MVT in plaats
van Engels, kan dat? Deze vraag hield de platformdeelnemers even intensief
bezig. De casus: de opleidingsmanager zegt dat het niet kan, omdat
in de opleiding geen Spaans wordt aangeboden. Wel is er binnen het roc één
docent Spaans beschikbaar. Spaans is de moedertaal van de leerling.
Marianne Driessen: in wezen ligt de keuze bij de leerling, want er is
sprake van een ‘taal naar keuze’. Het kwalificatiedossier stelt geen eis
aan welke taal, wel aan het CEF-niveau. Maar omdat de weg van A0 naar B1
erg lang is, is het vaak niet te verwezenlijken. Wel kun je de taal
bovensectoraal aanbieden, voor degenen die willen. In dit geval (waarbij
Spaans de moedertaal is) zou je voor een individuele oplossing kunnen
zorgen. Het komt wel voor dat leerlingen voor een taalcursus naar een
ander roc verwezen worden.
Bij de tips-en-topskaartjes vonden we deze vraag:
“Graag zou ik willen weten bij welke instellingen je terecht kunt voor
subsidies voor taalassistenten of stagiaires.” Een dergelijke instelling
is het Europees Platform, dat bemiddelt voor zogenaamde Comenius-assistentschappen, waarbij een student of pas
afgestudeerde van een lerarenopleiding in een van de 30 andere deelnemende
landen voor drie tot tien maanden stage komt lopen.
Meer informatie op
www.europeesplatform.nl onder
‘subsidieprogramma’s’ of via
comenius@epf.nl bij Sandra Hoogeboom
en
Silvia Rossa.
terug naar de inhoudsopgave

Tot slot
De evaluatie met de gebruikelijke tips-en-topskaartjes pakte ook deze
keer weer heel positief uit. (klik
hier voor een overzicht). De tip-kaartjes werden vooral ook gebruikt voor suggesties voor thema’s
voor toekomstige platformdagen. Wat dat laatste betreft hierbij een
samenvattende inventarisatie:
- aandacht voor het beoordelen van talen in CGO (wat zijn de voordelen,
wat de nadelen van geïntegreerde toetsing, wat zijn de consequenties van
centrale examens?
- Het talencentrum (docenten in de teams of in het tc?).
- Integreren of niet?
- Competentieontwikkeling van docenten (ook draagvlakverwerving en
motivering).
- Vreemde talen in de BBL.
- Leermateriaal en curriculumontwikkeling voor talen in CGO.
- Uitwisseling van verschillende praktijken; eventueel samenwerking.
- Stages en andere manieren van ‘onderdompeling’.
Verder bleek in de bijeenkomst dat het rapport van de commissie
Dijsselbloem ook een interessant uitgangspunt voor een volgende keer zou
zijn.
Heeft u opmerkingen, ook wat onderwerpen betreft, stuur dan een email
naar akleef@cinop.nl.
terug naar de inhoudsopgave

Deze nieuwsbrief is ook op internet te vinden:
Nieuwsbrief Platform MVT-beleid
2007, nummer 17

Volgende platformdag: 13 juni 2008
|