Kunt u deze nieuwsbrief niet goed lezen, klik dan
hier

jaargang 5, april 2008, nummer 17

 

 

Platform MVT-beleid, 7 maart 2008

Een verslag

 

Op deze eerste platformdag van 2008 verwelkomde dagvoorzitter Marianne Driessen (CINOP) de deelnemers met verheugende cijfers: achttien roc’s hebben zich alweer aangemeld voor deze nieuwe jaargang – oude getrouwen, maar ook nieuwe deelnemers als het ROC Mondriaan. Het Platform MVT-beleid wordt gecoördineerd door CINOP, SLO en Liemberg Taaladvies BV en bestaat hoofdzakelijk uit taalcoördinatoren en beleidsmedewerkers van roc’s, aoc's en vakcolleges. In het Beatrixgebouw van de Jaarbeurs Utrecht kwamen ze deze keer bij elkaar voor een actief programma rond Moderne Vreemde Talen in Curriculumontwerp.

 

 


Inhoudsopgave

 

De opening

Jesse Artz (CINOP): Het bouwen van een curriculum.

Discussie

De opdracht

Een voorbeeld van good practice

Persoonlijke bevindingen

Resultaten

Goed om te weten; wetenswaardigheden als extra opbrengst van de dag

Tot slot

 


De opening


De onderwerpen voor dit jaar liggen nog niet vast: Marianne wilde de deelnemers graag de gelegenheid geven hun wensen daarover kenbaar te maken via de ‘tips en tops’ aan het eind van de dag. Het Platform kan sowieso nog interactiever: hebt u iets te delen, dan kan dat ook via de digitale nieuwsbrief die na iedere bijeenkomst wordt verstuurd. Mail naar akleef@cinop.nl.

Het thema van de dag was Curriculumontwikkeling moderne vreemde talen. Daar waar curriculumontwikkeling voortvarend wordt aangepakt, wordt helaas na een jaar hard werken nogal eens geroepen: ‘O, ja, en hoe doen we het met de vreemde talen?’. Jesse Artz (CINOP) was de gast van de dag; zij wilde laten zien en ervaren hoe je er in zo’n situatie voor kunt zorgen dat de vreemde talen alsnog stevig in het curriculum verankerd worden.
 

terug naar de inhoudsopgave

 


Jesse Artz (CINOP): Het bouwen van een curriculum
 

Jesse, als adviseur dagelijks betrokken bij curriculumontwikkeling in vmbo en mbo, lichtte in haar presentatie de werkwijze toe die zij daar, in gesprek met docenten en management, toepast om in korte tijd tot een nieuw curriculum te komen.



De methodiek kenmerkt zich door een verdeling in vier fasen, weer onderverdeeld tot een totaal van negen stappen. In minder goed gecoördineerde processen van curriculumontwerp worden sommige stappen nogal eens overgeslagen, andere niet goed ingezet of afgerond. Het gevolg is een stagnerend proces.



De moderne vreemde talen moeten in een goed opgezet proces van curriculumontwikkeling vanaf het begin worden meegenomen. Daarvoor is gemeenschappelijke visievorming noodzakelijk, met oog voor de implicaties van die visie voor het curriculum (Klik hier voor een overzicht). Vandaag wilde Jesse de platformdeelnemers confronteren met een situatie waarin ‘de talen ook nog moeten’.

Klik hier voor de volledige powerpointpresentatie.
 

terug naar de inhoudsopgave

 


Discussie



Toen Jesse gelegenheid tot vragen stellen bood, werd geleidelijk duidelijk dat de meeste deelnemers de heldere opzet van haar werkwijze waardeerden en zich tegelijk realiseerden dat het op hun eigen instelling nogal ontbrak aan een dergelijke zorgvuldigheid. Belemmerende factoren die werden genoemd waren: de verscheidenheid van de opleidingen, de haast in verband met de nieuwe eisen Nederlands en MVT, te weinig geld en aandacht voor de MVT, het niet formuleren van ontwikkeltaken, de relatieve effectiviteit van het integreren (op zich al een interessant onderzoeksonderwerp). Jesse wees erop dat juist vanwege deze veelheid aan factoren de randvoorwaarden zuiver moeten blijven om een gedegen curriculum van de grond te kunnen krijgen. Vandaag wilde ze proberen de aandacht te richten op precies die vraag: wat zijn dan die randvoorwaarden?
 

terug naar de inhoudsopgave

 


De opdracht
 

Jesse zette de deelnemers dus in de werkhouding om ze te confronteren met de dilemma’s die er bij het ontwerp van een curriculum voor talen aan de orde kunnen komen. Ze deed dat in de vorm van een opdracht , waarbij ze een keuze bood tussen twee opleidingen, verschillend in type en gekozen vreemde taal: de opleiding Leisure and hospitality host met Spaans en de opleiding Monteur installatietechniek met Engels.


De opdracht was om voor de gekozen opleiding een grof ontwerp voor een talencurriculum te maken dat aansloot bij het al ingevulde curriculum van de opleiding. De deelnemers konden verder beschikken over:
- een kaderdocument van het fictieve roc
- korte overzichten van kerntaken, werkprocessen en competenties van elke opleiding (klik hier voor Toerisme en Techniek), inclusief de taalcompetentieprofielen zoals ze in de betreffende kwalificatiedossiers zijn opgenomen.

 

terug naar de inhoudsopgave

 

 

Een voorbeeld van good practice


Ter inspiratie bij het curriculumontwerp was er na de lunch even gelegenheid voor Anja van Kleef om aandacht te besteden aan een project Duits/Nederlands van Albert Tammenga van het Drenthe College. Het project betreft een reis naar Duitsland met een groep IHG-studenten van de opleiding Commercieel Medewerker. Een reis naar het land van de doeltaal biedt veel mogelijkheden om beroepsgericht aan taalverwerving te doen; de uitdaging is om hem ook werkelijk deel van het curriculum te laten uitmaken. Een filmpje gaf een impressie van het verloop van deze jaarlijkse reis. Klik hier voor meer informatie.


 

terug naar de inhoudsopgave

 

 

Persoonlijke bevindingen
 

Bij wijze van snelle uitwisseling van persoonlijke ervaringen tijdens het werk aan de opdracht, vroeg Jesse de deelnemers om in een zogenaamde ‘stille wand’-discussie hun eigen conclusies en/of bevindingen op flappen aan de wand te schrijven.

Klik
hier voor de volledige weergave van deze impressies.
 

terug naar de inhoudsopgave

 


Resultaten


De zeven groepjes presenteerden de resultaten van deze werkdag via hun respectievelijke woordvoerders, volgens een door Jesse geleverd format. Het belangrijkst daarbij waren de ‘dilemma’s’ die ze bij het bouwen van het curriculum waren tegengekomen. Een terugkerende vraag was daarin: is integreren op deze lage niveaus wel mogelijk? Het viel Jesse op dat er nauwelijks werd aangesloten bij de kerntaken en werkprocessen. Of is het misschien niet nodig om de scheiding algemeen/beroepsspecifiek zo scherp te stellen? Korte, concrete opdrachtjes zijn genoeg. Jesse suggereerde om in plaats van ‘integratie’ te denken aan ‘afstemming’.
Een ander herkenbaar dilemma was: wie kan en mag wat beoordelen? Zou een beroepsbeoefenaar ook een beoordelaar moeten kunnen zijn? Frans Nelissen vertelde dat er in zijn taaldorp ook stewardessen meelopen; ze beoordelen ‘taal’ en ‘skills’. Maar groep 5 besloot, na het horen over slechte ervaringen met beoordelen door de stagebieder, om het door de vakcollega’s te laten doen.

Klik hier voor een overzicht van de dilemma’s.
Klik hier voor een uitwerking van twee van de presentaties.



Jesse sloot af met dank voor ieders grote inzet. Ze merkte op dat ze deze opdracht regelmatig met docenten doorwerkt, met vergelijkbare discussies als resultaat. Als deze discussie bij docenten blijft, zal het proces stranden. Het is aan het management om dat te voorkomen.

 

terug naar de inhoudsopgave
 


Goed om te weten

Wetenswaardigheden als extra opbrengst van de dag


Bij de ‘dilemma’s’ werd het al geconstateerd: het feit dat er geen certificaat is voor Spaans op A1 en A2 is een enorme hindernis in de praktijk van het onderwijs Spaans. Constanza Campo-Calderon vestigde daar nog eens de aandacht op, en stelde voor het instituut Cervantes te benaderen met een verzoek om een dergelijk certificaat in het leven te roepen.

Een leerling die zijn opleiding wil afronden met Spaans als MVT in plaats van Engels, kan dat? Deze vraag hield de platformdeelnemers even intensief bezig.  De casus: de opleidingsmanager zegt dat het niet kan, omdat in de opleiding geen Spaans wordt aangeboden. Wel is er binnen het roc één docent Spaans beschikbaar. Spaans is de moedertaal van de leerling.
Marianne Driessen: in wezen ligt de keuze bij de leerling, want er is sprake van een ‘taal naar keuze’. Het kwalificatiedossier stelt geen eis aan welke taal, wel aan het CEF-niveau. Maar omdat de weg van A0 naar B1 erg lang is, is het vaak niet te verwezenlijken. Wel kun je de taal bovensectoraal aanbieden, voor degenen die willen. In dit geval (waarbij Spaans de moedertaal is) zou je voor een individuele oplossing kunnen zorgen. Het komt wel voor dat leerlingen voor een taalcursus naar een ander roc verwezen worden.

 

Bij de tips-en-topskaartjes vonden we deze vraag: “Graag zou ik willen weten bij welke instellingen je terecht kunt voor subsidies voor taalassistenten of stagiaires.” Een dergelijke instelling is het Europees Platform, dat bemiddelt voor zogenaamde Comenius-assistentschappen, waarbij een student of pas afgestudeerde van een lerarenopleiding in een van de 30 andere deelnemende landen voor drie tot tien maanden stage komt lopen. Meer informatie op www.europeesplatform.nl onder subsidieprogrammas of via comenius@epf.nl bij Sandra Hoogeboom en
Silvia Rossa.

terug naar de inhoudsopgave

 


Tot slot


De evaluatie met de gebruikelijke tips-en-topskaartjes pakte ook deze keer weer heel positief uit. (klik hier voor een overzicht). De tip-kaartjes werden vooral ook gebruikt voor suggesties voor thema’s voor toekomstige platformdagen. Wat dat laatste betreft hierbij een samenvattende inventarisatie:
- aandacht voor het beoordelen van talen in CGO (wat zijn de voordelen, wat de nadelen van geïntegreerde toetsing, wat zijn de consequenties van centrale examens?
- Het talencentrum (docenten in de teams of in het tc?).
- Integreren of niet?
- Competentieontwikkeling van docenten (ook draagvlakverwerving en motivering).
- Vreemde talen in de BBL.
- Leermateriaal en curriculumontwikkeling voor talen in CGO.
- Uitwisseling van verschillende praktijken; eventueel samenwerking.
- Stages en andere manieren van ‘onderdompeling’.
Verder bleek in de bijeenkomst dat het rapport van de commissie Dijsselbloem ook een interessant uitgangspunt voor een volgende keer zou zijn.

Heeft u opmerkingen, ook wat onderwerpen betreft, stuur dan een email naar akleef@cinop.nl.
 

terug naar de inhoudsopgave

 

Deze nieuwsbrief is ook op internet te vinden:

Nieuwsbrief Platform MVT-beleid 2007, nummer 17


Volgende platformdag: 13 juni 2008

 


Platform MVT-beleid

Postbus 1585, 5200 BP 's-Hertogenbosch
Telefoon: 073-6800736, Fax: 073-6123425
E-mail: akleef@cinop.nl
 

Samenstelling en eindredactie Anja van Kleef
Vormgeving Evert van de Biezen


Het Platform MVT-beleid bestaat uit een groep van ongeveer veertig leden die zich beleidsmatig of op managementniveau bezighouden met vernieuwingen in het moderne-vreemde-talenonderwijs in het mbo. Het biedt de mogelijkheid om ervaringen en ideeën uit te wisselen, kennis te maken met nieuwe concepten en instrumenten en visie ten aanzien van MVT-beleid aan te scherpen.
Het Platform MVT-beleid wordt gecoördineerd door CINOP, in samenwerking met SLO en Liemberg Taaladvies BVE.

 

http://trefpunttalen.kennisnet.nl


Indien u deze nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, klik hier
Indien u iemand anders kennis wilt laten maken met deze nieuwsbrief, klik hier