Kunt u deze nieuwsbrief niet goed lezen, klik dan hier

jaargang 5, juli 2008, nummer 18

 

 

Platform MVT-beleid, 13 juni 2008

Een verslag

 

Het Platform MVT-beleid wordt gecoördineerd door CINOP, SLO en Liemberg Taaladvies BV en bestaat hoofdzakelijk uit taalcoördinatoren en beleidsmedewerkers van roc’s, aoc's en vakcolleges. Op 13 juni werden de deelnemers aan de tweede bijeenkomst van 2008 weer welkom geheten in het Beatrixgebouw van de Jaarbeurs Utrecht door dagvoorzitter Marianne Driessen (CINOP). Deze keer was het programma een voortzetting van de eerste bijeenkomst in maart rond Moderne Vreemde Talen in Curriculumontwerp. Nu lag de nadruk op Visie en Kaders waarop het taalbeleidsplan en uiteindelijk het curriculumontwerp gebaseerd zou moeten zijn.

 

 

 


Inhoudsopgave

Curriculumontwikkeling voor de talen

Werken vanuit een gedeelde visie, ruimte creëren met beleidskaders
Marianne Driessen (CINOP)

De opdracht

De resultaten

Een voorbeeld van good practice

De Firma Taal
Christa Beckers, beleidsmedewerker van de Firma Taal van het ROC van Amsterdam

Goed om te weten

Wetenswaardigheden als extra opbrengst van de dag

Tot slot
 


Curriculumontwikkeling voor de talen: werken vanuit een gedeelde visie, ruimte creëren met beleidskaders
Marianne Driessen (CINOP)

 

 

 

In een korte presentatie schetste Marianne de situatie van vandaag. Op de vorige platformbijeenkomst, die draaide om curriculum-ontwikkeling, bleek dat roc's sterk verschillen in de mate en vorm waarin ze hun visie op mvt-beleid hebben vastgelegd. “Vandaar dat we vandaag een stap terug doen ten opzichte van de vorige keer: werken vanuit een gedeelde visie, begrenzing aangeven plus ruimte creëren met kaders, hoe pak je dat aan?”



De ingestuurde documenten verschilden aanzienlijk in karakter; er waren visiedocumenten, beleidsplannen maar ook projectplannen voor de implementatie. De vragen waren nu: wat moeten we formuleren aan visie en kaders? En hoe komen dergelijke documenten tot stand? (Het ging dus niet om projectplannen.)

 

Als eigen voorbeeld liet Marianne nog een dia zien met daarop de inhoudsopgave van een taalbeleidsplan waar zij bij betrokken was.

Klik hier voor deze inhoudsopgave.

 

terug naar de inhoudsopgave

 

 

De Opdracht
 

Marianne vroeg de deelnemers groepjes te vormen en daarin aan de hand van de ingediende documenten te werken aan de beantwoording van de volgende vragen:

 

 

's Middags werd dit onderzoek vervolgd met deze vraag:

 

 

 

 

terug naar de inhoudsopgave

 


De resultaten

 

De verschillende groepjes rapporteerden uiteindelijk hun resultaten aan de hand van de flappen die ze hadden ingevuld.

 

Groepje 1 maakte zich zorgen over het weer uit elkaar drijven bij de examinering (uit het hoofd geleerde toneelstukjes - praktijkgerichte examensituatie) en wilde dus duidelijke kaders voor de examinering. Wat het 'hoe' betreft: alleen 'bottom-up' is lang en taai, alleen top down werkt ook niet, dus graag een combinatie. Het eigen proces evalueren was van belang in de procesbewaking.
 

 


Groepje 2 vond Mariannes voorbeelddia voldoende als weergave van het 'wat', maar wilde dat wel aanvullen met het onderwerp 'doorlopende leerlijnen'. Voor het 'hoe' dacht men aan een regiegroep van 8 à 10 personen, waarbij het belangrijk is dat er 'gewone' taaldocenten bij betrokken zijn. Essentieel is ook de feedback van talenteams op visie, beleid en plan van aanpak die in de regiegroep worden ontwikkeld. Ook een tweede, aangepaste versie moet terug naar de teams. De implementatie van het plan van aanpak gebeurt dan per unit/afdeling.

Groepje 3 tekende een organogram waarin enerzijds vanuit MT en CvB, anderzijds vanuit docentendraagvlak, een visie tot stand wordt gebracht, waarbij een soort 'Firma Taal' (zie presentatie Christa Beckers) voor terugkoppeling en contact zorgt. Een document 'Beleid en kaders' volgens het voorbeeld van Mariannes dia wordt van daaruit ingevuld en resulteert in een 'activiteitenplan met fasering en taken en verantwoordelijkheden per niveau'.

 

 

 

Groepje 4 was vanwege de vele discussies niet tot een flap gekomen, maar kon zich vergaand vinden in het plan van groepje 3. Hun zorgen golden vooral het 'hoe'; het mag immers niet bij goede voornemens blijven. Een goed plan wordt vaak niet uitgevoerd door een afdeling. Het is belangrijk dat het in alle lagen wordt vastgelegd. Ook het mandaat voor een projectgroep om te kunnen sturen, de status van zo'n groep, is van groot belang. Het volstaat niet om er een CvB-lid in te zetten. Mogelijk wordt dat anders als er centrale examens komen.

 

Ook Groepje 5 had zich naast het 'wat' (met een strategie/visie en een tactisch-operationeel plan) vooral op het 'hoe' gericht, waarbij het erom ging dat er een duidelijk 'spoorboekje' (plan van aanpak) moet komen dat voor alle opleidingen geldt. Een breed draagvlak en consensus tussen management, werkvloer en beroepenveld vond men essentieel. Daarvoor moet voor een goede regie worden gezorgd: heldere randvoorwaarden (personeel en materieel), regelmatig evalueren en goed zicht op externe factoren als examinering zijn daar de belangrijkste onderdelen van.

 

terug naar de inhoudsopgave

 

 

Een voorbeeld van good practice:

de Firma Taal
Christa Beckers, beleidsmedewerker van de Firma Taal van het ROC van Amsterdam

In 2007, na wisselingen in de directie, kwam taalbeleid op het ROCvA, inclusief mvt, onder verantwoordelijkheid van de Firma Taal: Annelies Kappers en Christa Beckers. Hun taakomschrijving: informeren, adviseren, deskundigheidsbevordering, draagvlak organiseren.
Dat gebeurt vanuit een positie ‘naast’ de decentrale organisatie van werkmaatschappijen die het ROCvA is. Dat heeft nadelen: inhoudelijk zijn de domeinen ordenend (handel, toerisme, techniek..), maar financieel is de ordening in werkmaatschappijen bepalend. Daardoor kan de Firma Taal weinig sturen. De beleidsgroep taal (een directeur van een werkmij., een domeinregisseur en een CvB-lid) maakt het toch mogelijk taalbeleid te verankeren. Vier keer per jaar bespreken ze de beleidsplannen en adviezen van de Firma Taal.



Het CvB van het ROCvA heeft bovendien een regiegroep ingesteld om een koers te laten bepalen voor het hele ROC. Daarin worden standaarden vastgesteld, ook op het gebied van taal, rekenen en mvt. Uiteraard ontwikkelt de Firma Taal daar aan mee. Het beleidsplan dat Christa voor deze platformbijeenkomst had ingediend (‘ROC B’) is voor management en docenten leidend.

Bij wijze van intermezzo, maar ook als voorbeeld van hoe de Firma Taal zoal haar doelen probeert te bereiken, liet Christa een stukje zien van de film die de Firma Taal op dit moment aan het opnemen is. Daarin wordt geprobeerd om docenten duidelijk te maken hoe er taaltaken in de beroepscontext verborgen zitten.

Klik hier voor Christa’s volledige powerpointpresentatie.


Uit Christa’s antwoorden op vragen bleek nog:
“We bereiken alle talendocenten (en dat zijn er veel) en we richten ons met Nederlands ook op de vakdocenten; die bereiken we ook allemaal. We werken veel met voorbeelden in workshops. 1/3e van de docenten heeft daar dit jaar aan deelgenomen. Bij techniek, waar de talen verdwenen waren, hebben we bijvoorbeeld ook een taalleerlijnproject gedaan.
We proberen bij de opleidingsmanagers in te steken. Die zorgen ook dat docenten komen. We worden gevraagd, maar we informeren ook zelf, dus het komt van twee kanten. We proberen de opleidingen via de domeinregisseurs te bereiken. Meestal heeft een opleiding een probleem: ‘Hoe zou je kunnen examineren?’, bijvoorbeeld. Daar waar directies meer talen op de agenda hebben, liggen ze veel verder voor.
Opleidingsmanagers hoefden zich eerst niet naar boven toe te verantwoorden, maar de regiegroep heeft nu die opdracht. Daar gaan wij in mee. Wij hebben een duidelijke visie op talen en taalonderwijs en het belang van het beroep daarin. Dat hebben we bij de regiegroep als input geleverd.
We hebben een budget voor de werkgroepen; docenten kunnen daar gratis heen. Maar het project taalleerlijnen wordt bijvoorbeeld weer betaald uit het team.”

terug naar de inhoudsopgave
 

 

Goed om te weten
Wetenswaardigheden als extra opbrengst van de dag

- Het rapport Doorlopende leerlijnen van de commissie Meijerink beveelt niveaubeschrijvingen aan voor Nederlands en rekenen op alle overgangen van het ene schooltype naar het andere. Dat betekent dat in verband met de overgang van mbo naar hbo op niveau 4 een centraal examen voor nederlands (lezen en luisteren) en voor rekenen wordt geadviseerd. Wat betreft de moderne vreemde talen lag er nog een advies van twee jaar geleden. De staatssecretaris zegt daarover: “Ik laat me nog informeren wat betreft mvt.” Ook het Platform MVT-beleid kan dus nog adviseren.
In dat verband organiseerde Marianne een klein onderzoek naar de mening van de leden ten aanzien van vijf stellingen. Op dit ogenblik worden de stellingen uitgewerkt tot een concept dat bij aanvang van het nieuwe schooljaar aan de deelnemers zal worden voorgelegd. Een daaruit resulterende brief aan relevante beleidsinstanties kan vervolgens ondertekend worden door deelnemers die de aanbevelingen ondersteunen.




- Nynke Jansma (SLO) vestigde de aandacht op de SLO-docentennetwerken en het daaraan gerelateerde blad Bedrijvige Talen. De SLO organiseert deze netwerken onder andere met de zogenaamde SLOA-subsidie van het ministerie van OC&W. Met ingang van komend jaar gaat deze subsidie niet meer via de SLO maar rechtstreeks naar de zogenaamde Innovatiebox van de roc’s. Om de netwerken in stand te kunnen houden, moet de SLO daarom een grotere bijdrage per docent gaan vragen: voor € 750,- kan een docent (die ook vervangen kan worden) deelnemen aan twee taalwerkplaatsen, elk gevolgd door een bijeenkomst van het eigen netwerk.
Klik hier voor meer informatie.
De netwerken worden gecoördineerd door deelnemers uit de praktijk. Om dat mogelijk te blijven maken, zoekt de SLO naar roc’s die een netwerk willen sponsoren door het beschikbaar stellen van een docent, zoals dat bijvoorbeeld al door het Koning Willem I College gebeurt.

- Marianne Verschuur (ROC Aventus) meldde in de ‘open microfoon’ dat haar ROC stages in Turkije organiseert voor Turkse leerlingen. Een Turkse talenassistente stelde vast dat het nodig was om deze leerlingen eerst Turkse les te geven: ze spreken wel Turks, maar niet van het juiste soort; het gaat teveel om straattaal, zodat ze in de beroepscontext soms niet beleefd genoeg, te informeel overkomen. Jan Giesen (Koning Willem I College) vulde nog aan dat Turkse leerlingen die in Turkije stage willen lopen vaak taalzwak zijn. Op het KW1C is bij deze leerlingen de aanpak: eerst talig op peil, in Nederlands en Engels, voor je op stage gaat.
Turkse leerlingen zoeken in Nederland soms graag een stageplaats bij een Turkse ondernemer. Dat levert wel eens problemen op, omdat de Turkse ondernemer soms een te laag Nederlands taalniveau heeft om assessments Nederlands uit te kunnen voeren.



- Constanza Campo-Calderon (ROC Leeuwenborgh) stelde in de ‘open microfoon’ voor om ook eens CvB-leden uit te nodigen op platformbijeenkomsten. Marianne Driessen: wanneer een thema zich daar toe leent, kunnen we daarvoor de MBO-raad benaderen.

- Assessoren zijn tot nu toe aan crebonummers gekoppeld. Dat betekent dat ze ook Nederlands of vreemde taalvaardigheid moeten beoordelen terwijl ze daar niet per se in opgeleid zijn. Vandaar dat CINOP taalassessorentrainingen is gaan uitvoeren. Het betreft een combinatie van Nederlands en mvt, waarbij in de opdrachten gesplitst wordt.
Klik hier voor meer informatie.

- Bij de opening van de Platformdag lichtte Marianne de nieuwe CINOP-publicatie Da’s krachtige Taal toe, een pendant van een andere uitgave die de deelnemers al kennen: Da’s andere Taal. Was deze laatste publicatie voornamelijk gericht op docenten in mvt, het nieuwe product richt zich vooral op managers en projectleiders die taalbeleid in hun portefeuille hebben – een doelgroep waarin de platformdeelnemers zich thuis voelen. Ze kregen dan ook elk een exemplaar mee naar huis.
Klik hier voor meer informatie.

terug naar de inhoudsopgave
 

 

 

Tot slot

Marianne Driessen constateerde tot slot dat er veel aandacht voor het ‘hoe’ was geweest; hoe loopt het proces waarin een visie- en/of kaderdocument tot stand komt? Het resultaat: een kleine handreiking voor het opstellen van een taalbeleidsdocument.
De volgende keer streven we ernaar te komen tot een duidelijk ‘spoorboekje’ naar een curriculum voor talen.

Ook deze keer waren de deelnemers enthousiast over de bijeenkomst. Voor hun opmerkingen:
klik hier door naar de tips en tops

Heeft u opmerkingen of wilt u iets delen met de andere deelnemers, stuur dan een mailtje naar
akleef@cinop.nl.

terug naar de inhoudsopgave

 

Deze nieuwsbrief is ook op internet te vinden:

Nieuwsbrief Platform MVT-beleid 2007, nummer 18


Volgende platformdag: 14 november 2008

 


Platform MVT-beleid

Postbus 1585, 5200 BP 's-Hertogenbosch
Telefoon: 073-6800736, Fax: 073-6123425
E-mail: akleef@cinop.nl
 

Samenstelling en eindredactie Anja van Kleef
Vormgeving Evert van de Biezen


Het Platform MVT-beleid bestaat uit een groep van ongeveer veertig leden die zich beleidsmatig of op managementniveau bezighouden met vernieuwingen in het moderne-vreemde-talenonderwijs in het mbo. Het biedt de mogelijkheid om ervaringen en ideeën uit te wisselen, kennis te maken met nieuwe concepten en instrumenten en visie ten aanzien van MVT-beleid aan te scherpen.
Het Platform MVT-beleid wordt gecoördineerd door CINOP, in samenwerking met SLO en Liemberg Taaladvies BVE.

 

http://trefpunttalen.kennisnet.nl


Indien u deze nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, klik hier
Indien u iemand anders kennis wilt laten maken met deze nieuwsbrief, klik hier