Kunt u deze nieuwsbrief niet goed lezen, klik dan hier

jaargang 5, november 2008, nummer 19

 

 

Platform MVT-beleid, 14 november 2008

Een verslag

 

Het Platform MVT-beleid wordt gecoördineerd door CINOP, SLO en Liemberg Taaladvies BV en bestaat hoofdzakelijk uit taalcoördinatoren en beleidsmedewerkers van roc’s, aoc's en vakcolleges. De derde en laatste bijeenkomst van het Platform 2008, op 14 november jongstleden, vervolgde de weg die in de vorige twee bijeenkomsten was ingezet: een onderzoek naar succesvoorwaarden voor verankering van Moderne Vreemde Talen in Curriculumontwerp . De deelnemers werden weer welkom geheten door dagvoorzitter Marianne Driessen (CINOP) in het Beatrixgebouw van de Jaarbeurs Utrecht. Het programma richtte zich deze keer op het proces rond het vaststellen van taalbeleidsplannen: hoe zijn ze tot stand gekomen? Wie is waarvoor verantwoordelijk? Kan iedereen zich erin vinden?


 


Inhoudsopgave

Taalbeleidsplan: proces en implementatie-Marianne Driessen (CINOP)


Een voorbeeld uit de praktijk van het Arcus College-Karin van Hoof

Werkgroepdiscussie 1

Nog een praktijkvoorbeeld: de Taalmonitor-Kuny Bouman (Aventus)

 

Werkgroepdiscussie 2


Goed om te weten

Wetenswaardigheden als extra opbrengst van de dag

Tot slot
 


Taalbeleidsplan: proces en implementatie
Marianne Driessen (CINOP)



 

In een korte presentatie schetste Marianne de weg die we dit jaar in de platformbijeenkomsten hebben afgelegd. In de eerste bijeenkomst met Jesse Artz hielden we ons bezig met de indeling van fases in het proces van curriculumontwikkeling en de vraag: waar staan we nu? Daar werd duidelijk dat er aanzienlijke verschillen waren in de manier waarop visie en kaders in de deelnemende roc’s zijn vastgelegd. In een tweede bijeenkomst vroegen we ons dus af: wat moeten we formuleren aan visie en kaders? En hoe komen dergelijke documenten tot stand? Een format voor een beleidsplan talen dat daar aan de orde kwam, heeft Marianne inmiddels verder uitgewerkt. Klik hier voor het format Talenbeleidsplan.

 

Klik hier voor Mariannes Powerpointpresentatie.

 

 


In de bijeenkomst van vandaag gingen we verder op die weg: wie is waarvoor verantwoordelijk? En zitten de plannen wel bij iedereen tussen de oren?



 

Terug naar de inhoudsopgave.

 

 

Een voorbeeld uit de praktijk van het Arcus College
Karin van Hoof



 

Karin van Hoof is docent, maar ook lid van de EOS, de Expertisegroep OnderwijsServices, van het Arcus College. De EOS begeleidt in opdracht van een stuurgroep met CvB en management het hele proces naar competentiegericht onderwijs; Karin houdt zich daarbij bezig met Leren Loopbaan en Burgerschap (Nederlands, mvt en rekenen). (“Als docent heb je soms organisatorische problemen in verband met het EOS-werk, maar je hebt ook meer gereedschap in handen om cgo in je eigen praktijk te organiseren”.) 



 

In hun zoektocht naar algemene kaders voor het vormgeven aan cgo, onder begeleiding van CINOP, ontwikkelde de ELOS met input van de hele organisatie de zogenaamde Cgo-Kapstok. “Zowel het management als de docenten zijn er voortdurend bij betrokken – een behoorlijk democratisch proces.” De kaders zijn niet statisch; inmiddels wordt er aan een tweede Kapstok gewerkt.



 

Op basis van input van de vooruitstrevende units Techniek en Horeca werd vervolgens ook een kaderdocument voor talen in cgo bij Arcus ontwikkeld. Verschillende units scherpten dat nog aan met hun eigen specifieke eisen.

Voor de uitvoering van beleid op basis van deze kaderstukken zijn de units verantwoordelijk. EOS en CINOP ondersteunen daarbij. Op het moment wordt bekeken hoe een talencentrum daar het beste ingepast kan worden. Er wordt uitgegaan van integratie waar mogelijk, ondersteund door een basislijn van lintlessen

 

Klik hier voor Karins volledige powerpointpresentatie.

 

Terug naar de inhoudsopgave.

 


Werkgroepdiscussie 1

 

Voor een sessie in kleine werkgroepen golden de volgende vragen:



 

Uit de korte rapportages bleek dat de status van de verschillende visiedocumenten niet altijd duidelijk was en dat dus ook de betrokkenheid bij de visieontwikkeling van het management maar ook van de docenten erg verschilde. Een betrokkenheid van beide kanten, dus ook een algemeen onderschreven visie, is essentieel bij de implementatie van de resulterende plannen. Waar het initiatief bij het management bleef, stagneerde het proces vaak in de uitvoering. Waar voornamelijk vanuit de teams gewerkt werd, zonder duidelijke kaderstelling, heerste onzekerheid en onbehagen. Facilitering werd vaak een knelpunt. De vraag ‘wie is waarop aanspreekbaar?’ blijkt cruciaal. Dat was een belangrijke conclusie om mee te nemen naar het middagprogramma. 



 

Terug naar de inhoudsopgave.

 

 

Nog een praktijkvoorbeeld: de Taalmonitor van ROC Aventus

Kuny Bouman

Kuny Bouman is coördinator van het nieuwe Expertisecentrum Taal van ROC Aventus. Het Expertisecentrum rapporteert aan de programma-commissie (de stuurgroep) en aan de directeur Educatie, die overigens ook in die commissie zit. Het centrum is in de lijn onder de sector Educatie geplaatst, maar werkt voor het hele roc.


Klik hier voor vergroting
 

Een ‘Werkgroep Talen’ heeft aan het begin van het proces aan aantal opdrachten geformuleerd weermee uiteindelijk de talen in competentie-gericht leren en opleiden vormgegeven moest worden. Deze opdrachten (waaronder de ontwikkeling van het Expertisecentrum) werden onderschreven door de directies. In het kader van deze opdrachten (zie Kuny’s powerpointpresentatie) paste ook de ontwikkeling van de Taalmonitor, een instrument waarmee diagnoses kunnen worden uitgevoerd op het niveau van een team of een sector. Het bijbehorend stappenplan ondersteunt daarbij.

Achteraf ontstond een discussie rond sturing en verantwoording. Jan van Ommen, lid van de voormalige Werkgroep Talen, vond dat je niet alles vooruit kunt plannen in zo’n groep: “De basisvisie is neergelegd. Je moet er dan van uit gaan dat het voorgezet wordt. De Taalmonitor legt de link tussen het expertisecentrum en de taal in het onderwijs. Dit instrument is er nu, we moeten zorgen dat de drive gemobiliseerd wordt.”

 

Klik hier voor de volledige Powerpointpresentatie.

 

Terug naar de inhoudsopgave.

 

 

Werkgroepdiscussie 2



 

In een volgende sessie gingen de deelnemers allereerst persoonlijk aan het werk met de Taalmonitor.  Na het invullen vergeleken ze in kleine groepen wat er zoal in de laatste kolom zou kunnen staan (vooral wat betreft: wie zet de actie in gang?). Bovendien onderzochten ze of dit instrument voor hen van nut zou kunnen zijn.

Algemeen werd onderschreven dat dit instrument bijzonder nuttig kan zijn om een beeld te krijgen van de stand van zaken in de organisatie. Het kan bovendien het ‘taalgesprek’ op gang brengen in de teams; het is concreet en ontwikkelingsgericht. Het roept vragen op als: wie stuurt? Wie evalueert? Wie geeft opdracht tot verbetering? Net als in de discussie na Kuny’s presentatie kwamen hier verschillen in benadering aan het licht – aan de ene kant: ‘Er moet iemand zijn die de teammanager aanstuurt wat betreft taalbeleid, anders blijven de stappenplannen in de la’, aan de andere kant: ‘Processen van taalbeleid zijn niet controleerbaar; de verantwoordelijkheid ligt bij het team, bevlogen voortrekkers nemen de rest mee’.

Als afsluiting plakten de deelnemers hun kaartjes op een flap met daarop hun ‘volgende stap’.

Klik hier voor vergroting
 

Klik hier voor ‘mijn volgende stap’.

 

Terug naar de inhoudsopgave.
 

 

Goed om te weten
Wetenswaardigheden als extra opbrengst van de dag

-
Het rapport Doorlopende leerlijnen van de commissie Meijerink beveelt niveaubeschrijvingen aan voor Nederlands en rekenen op alle overgangen van het ene schooltype naar het andere. Dat betekent dat in verband met de overgang van mbo naar hbo op niveau 4 een centraal examen voor Nederlands (lezen en luisteren) en voor rekenen wordt geadviseerd. Tijdens de vorige platformbijeenkomst inventariseerde Marianne Driessen de meningen van de leden ten aanzien van dit advies. Naar aanleiding hiervan is een brief opgesteld die, ondertekend door verschillende platformleden, door ROC Nijmegen naar de staatssecretaris is gestuurd. Er is nog geen officiële reactie op de brief gekomen. Klik hier voor de volledige brief.


- Het rapport van de commissie Meijerink is niet alleen voor de talen maar ook voor rekenen van belang voor de ontwikkelingen in de komende jaren. Zo zullen er binnen twee jaar niveaus voor rekenvaardigheid worden vastgelegd binnen wetgeving voor Leren, Loopbaan en Burgerschap. Het rapport is te downloaden via de website van de SLO: www.slo.nl/nieuws/dll.

CINOP biedt workshops rekenen aan die u voorbereiden. Klik hier voor meer informatie.

-
Assessoren zijn tot nu toe aan crebonummers gekoppeld. Dat betekent dat ze ook Nederlands of vreemde taalvaardigheid moeten beoordelen terwijl ze daar niet per se in opgeleid zijn. Vandaar dat CINOP taalassessorentrainingen is gaan uitvoeren. Het betreft een combinatie van Nederlands en mvt, waarbij in de opdrachten gesplitst wordt. In de vorige nieuwsbrief maakten we daar al melding van. Reden om nogmaals op dit aanbod te wijzen is dat er een kleine wijziging in het aanbod is aangebracht. Klik hier voor meer informatie.

-
Namens het Platform is CINOP lid van de internationale organisatie ICC. Op 27 en 28 maart 2009 vindt er een congres plaats van deze organisatie in Florence met als thema Creativity and Innovation. Marianne Driessen zal daar zijn met twee presentaties. Zoals elk jaar biedt CINOP één van de leden verblijf en conferentie aan; de reis betaalt deze deelnemer zelf. Denkt u in aanmerking te komen? Stuur een mailtje naar Marianne, mdriessen@cinop.nl, uiteraard met motivatie! Voor meer informatie:

http://www.icc-languages.eu/conferences__meetings.php.

-
Ook de organisatie E-VOLL (Vocational Online Language Learning), verbonden aan het ECML (European Centre for Modern Languages), organiseert een conferentie: op 26-28 februari in Graz (zie www.ecml.at/projects/voll/evollution/Graz_2009). Het thema is hier ICT. Marianne Driessen maakt deel uit van de nominatiecommissie voor deze conferentie. Platformleden die zich als gegadigde bij haar opgeven, kan ze voordragen voor deelname. Eén genodigde per land kan de conferentie gratis bezoeken.

Terug naar de inhoudsopgave.
 

 

 

Tot slot

Dat was de laatste bijeenkomst van het Platform MVT-beleid 2008. De evaluatie van het jaar konden veel deelnemers niet meer meemaken (klik hier voor de uitslag) maar hij toonde niettemin aan dat we de ingeslagen weg met een gerust hart kunnen voortzetten.

De eerste aanmeldingen voor het nieuwe jaar zijn dan ook al binnen; hierbij nogmaals de flyer, met daarop de gegevens van de nieuwe locatie, en het aanmeldingsformulier. Vergeet niet in te schrijven, want dan ontvangt u de bijbehorende informatie niet.

 

We wensen u heel fijne feestdagen en zien u graag terug als lid van het Platform MVT-beleid 2009!

Heeft u opmerkingen of wilt u iets delen met de andere deelnemers, stuur dan een mailtje naar
akleef@cinop.nl.

Terug naar de inhoudsopgave.

 

Deze nieuwsbrief is ook op internet te vinden:

Nieuwsbrief Platform MVT-beleid 2007, nummer 19


Volgende platformdag: 6 maart 2009

 


Platform MVT-beleid

Postbus 1585, 5200 BP 's-Hertogenbosch
Telefoon: 073-6800736, Fax: 073-6123425
E-mail: akleef@cinop.nl
 

Samenstelling en eindredactie Anja van Kleef
Vormgeving Evert van de Biezen


Het Platform MVT-beleid bestaat uit een groep van ongeveer veertig leden die zich beleidsmatig of op managementniveau bezighouden met vernieuwingen in het moderne-vreemde-talenonderwijs in het mbo. Het biedt de mogelijkheid om ervaringen en ideeën uit te wisselen, kennis te maken met nieuwe concepten en instrumenten en visie ten aanzien van MVT-beleid aan te scherpen.
Het Platform MVT-beleid wordt gecoördineerd door CINOP, in samenwerking met SLO en Liemberg Taaladvies BVE.

 

http://trefpunttalen.kennisnet.nl


Indien u deze nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, klik hier
Indien u iemand anders kennis wilt laten maken met deze nieuwsbrief, klik hier