Studiedag Platform Gehandicapten MBO - 10 mei 2007

 
 

Passend onderwijs, stand van zaken mei 2007

 
 


Het begin
Al geruime tijd wordt er gesproken over Passend Onderwijs. De eerste brieven van de destijds verantwoordelijke minister Van der Hoeven aan de Tweede Kamer dateren van april 2005, hoewel pas in een later stadium de term ‘passend onderwijs’ wordt gebruikt. In eerste instantie is het de bedoeling een zorgplicht in te voeren in het onderwijs, waarbij alle financiële regelingen één nieuw geheel zouden gaan vormen.

Aanleiding vormt de constatering dat het, ondanks invoering van LGF in het basis – en voortgezet onderwijs, nog niet vanzelfsprekend bleek dat leerlingen met extra onderwijsbehoefte opgevangen werden in het regulier onderwijs en er dus een behoorlijke groei in het speciaal onderwijs plaatsvindt. Bovendien bestaan er, met name in het primair en voortgezet onderwijs, verschillende systemen voor extra ondersteuning van leerlingen naast elkaar (jeugdzorg, AWBZ). Het totale systeem van leerlingenzorg is complex en sterk aanbodgericht.

Ideeën over herziening van dit stelsel hebben geleid tot discussie over de zorgplicht. In een zogenaamde ‘veldlijn’ blijkt dat met name voor het loslaten van het huidige financieringsstelsel in het onderwijsveld onvoldoende draagvlak is. Men voelt zich verantwoordelijk voor kwaliteitsverbetering, maar dan wel binnen de bestaande kaders. In een ‘ouderlijn’ die tegelijkertijd plaatsvindt, werden ideeën uitgewerkt om de positie van ouders te versterken. In een brief aan de Tweede kamer licht de minister in september 2006 haar plannen nader toe. De Tweede Kamer spreekt zich vervolgens positief kritisch uit ten opzichte van de plannen van de minister.

Wat is passend onderwijs?
Passend Onderwijs richt zich in eerste instantie op primair en voortgezet onderwijs, waarbij zoveel mogelijk aansluiting gezocht gaat worden met het mbo. Uit een inventarisatie van 40 initiatieven die zich bezig houden met passend onderwijs of plannen daarvoor willen uitwerken, blijkt dat iedereen zich kan vinden in de volgende definitie:
“Een organisatorische en/of onderwijskundige setting (lokaal of regionaal) waarbij gezamenlijke schoolbesturen hun onderwijsbeleid zo hebben ingericht dat er voor alle leerlingen in die lokale/regionale situatie een passend onderwijsarrangement is.”
Deze inventarisatie is recent gehouden door het Steunpunt Scholen, dat samen met het Steunpunt Ouders een rol vervult om draagvlak te creëren in het land en daarnaast initiatieven te ontwikkelen om passend onderwijs tot een succes te maken.

Het Steunpunt Scholen wil stimuleren dat veldinitiatieven en experimenten ontstaan waarin minder of meer vergaand gewerkt gaat worden aan de uitgangspunten van passend onderwijs. Het Steunpunt Ouders doet dat door een drietal lijnen uit te werken om de positie van ouders te versterken. Het gaat om de individuele ondersteuning van ouders, de collectieve belangenbehartiging op regionaal niveau om invloed te kunnen uitoefenen op de kwaliteit van het passend onderwijs in de regio en landelijke kwaliteitsborging. Beide steunpunten werken samen binnen de veldinitiatieven en experimenten die gaan ontstaan. Op de website www.passendonderwijs.nl wordt verslag gedaan van de ontwikkelingen. Om daadwerkelijk aan de slag te kunnen, moeten echter financiële middelen beschikbaar zijn. Die zijn er nu (nog) niet.

Huidige stand van zaken
Naast de complexiteit van het huidige stelsel, is het ministerie van OCW geconfronteerd met een sterke groei van het aantal geïndiceerde leerlingen voor LGF en het (voortgezet) speciaal onderwijs. De oplossing voor de genoemde knelpunten is een resultaatsverplichting passend onderwijs. Deze houdt in dat schoolbesturen de verantwoordelijkheid krijgen om voor elke (zorg)leerling die wordt aangemeld of staat ingeschreven bij een school een passend onderwijsprogramma te ontwikkelen. Wanneer zij het aanbod niet (volledig) zelf kunnen bieden, moet de school in overleg met andere scholen bezien hoe en door wie het programma wordt geboden. Dit betekent dat er in een regionale aanpak sluitende afspraken moeten zijn op grond waarvan voor elke leerling ook daadwerkelijk een passend programma wordt geboden.

In het mbo is sprake van drempelloze instroom. Daarmee zou je kunnen zeggen dat passend onderwijs al een feit is. Maar betekent dit in de praktijk ook dat er voor iedere deelnemer die zich aanmeldt of staat ingeschreven bij de instelling al een passend onderwijsprogramma is of wordt ontwikkeld? Passend onderwis kan ook in het mbo kansen bieden voor verbetering van warme overdracht en samenwerking met andere partners in de keten.

In januari 2007 heeft de minister de kamer geïnformeerd over de stand van zaken op dat moment. Onder meer is toen het rapport van Steven van Eijck gepresenteerd over de groei van cluster 4. Dit onderzoek heeft tot een groot aantal aanbevelingen geleid, die op dit moment worden meegenomen in te ontwikkelen voorstellen. Ditzelfde gebeurt met de scenario’s voor groeibeheersing. De enorme groei van het aantal rugzakken (momenteel ongeveer 33.000 met een groei van 500 per maand!) heeft geleid tot discussie over de manier waarop de groei gefinancierd moet worden. De open einde-financiering staat onder druk: het ministerie van Financiën is niet langer bereid een dergelijke groei te financieren. Momenteel wordt er een miljard per jaar uitgegeven aan Weer Samen Naar School (WSNS), LGF, Praktijkonderwijs (PRO) en Leerweg Ondersteunend Onderwijs (LWOO), terwijl onvoldoende duidelijk is wat de effecten zijn. Is de groei van LGF het gevolg van verbetering van de zorgstructuur in het regulier onderwijs of juist van een verslechtering daarvan? Werkt een systeem van leerlinggebonden financiering stimulerend als het gaat om het bevorderen van integratie?

De voorstellen die worden uitgewerkt met de stuurgroep (in oprichting) passend onderwijs (waarin vertegenwoordigers van besturen, vakbonden, scholen, ouders en mbo-sector), hebben tot doel een positieve prikkel te geven aan experimenten en initiatieven die in de regio ontstaan en waar daadwerkelijk met een resultaatsverplichting wordt gewerkt aan de vormgeving van passend onderwijs. Op 5 juli a.s. staat er weer een Algemeen Overleg gepland, waarin de plannen voor structurele verankering van de regionale aanpak door de staatssecretarissen Dijksma en Van Bijsterveldt worden toegelicht. Naar verwachting wordt er dan ook meer bekend over het financiële kader, waardoor scholen en ouders ook daadwerkelijk aan de slag kunnen.

 
 

Door Ellen Visser, CG-Raad