De sleutelrol van HR in de professionalisering van docenten

Hrm cinop(1)

18 januari 2019

De docent aan het stuur

Op 16 januari presenteerden ministers Van Engelshoven en Slob een kamerbrief waarin ze de contouren van hun plannen schetsen om het beroep van leraar veel sterker op de kaart te zetten. Vanuit de gedachte dat scholen en met name de docenten zelf hun vak het beste kennen, lezen we dat de overheid zich minder wil gaan bemoeien met de inhoud van hun vak. Alleen de afspraken worden vastgelegd, de school is verantwoordelijk voor de inhoud en uitvoering. Om deze manier krijgen zij veel meer de regie over hun eigen werk.

Dit geldt niet alleen voor de regie op hun dagelijkse werkzaamheden, maar ook voor de professionele ontwikkeling van de docent. Om dit te kunnen realiseren, stellen de twee ministers dat het systeem waarbinnen de docent zich beweegt, drastisch moet worden omgevormd. In plaats van een controlerende structuur waarbinnen de docent vooral heel veel moet, wil men een omgeving ontwikkelen die zich vooral richt op het faciliteren van de docent. Faciliteren om zoveel mogelijk grip te hebben op de eigen werkzaamheden (de hoofdoorzaak van de hoge werkdruk) en, zoals gezegd, van het proces van de eigen professionalisering:

Schoolleiders en schoolbesturen zijn er verantwoordelijk voor dat de leraar op school goed tot zijn recht komt. Daarvoor zijn lerende organisaties nodig. Een visie op leren en ontwikkelen kan niet door alleen de schoolleiding worden bedacht, maar moet in samenspraak met het team tot stand komen.

Strategisch personeelsbeleid

Een van de belangrijkste maatregelen die de overheid hiervoor neemt, is de eis aan onderwijsinstellingen om een strategisch personeelsbeleid te ontwikkelen. Zo moet dit beleid er onder andere voor zorgen dat de onderwijsinstelling een goed werkgever is. Met goede primaire en secundaire arbeidsvoorwaarde waaraan de overheid ook een financiële bijdrage zal leveren. Ook moet er een leercultuur worden gecreëerd en geborgd waarbinnen docenten optimaal kunnen functioneren door zichzelf en elkaar continu te ontwikkelen. Voor zover dit nog niet gebeurt binnen een goede leercultuur zal het personeelsbeleid de docenten verder moeten faciliteren bij hun professionalisering. Dit alles moet ook zorgen dat de werkdruk omlaag gaat. Het is duidelijk dat met al deze taken HR voor een belangrijk gedeelte verantwoordelijk gaat worden voor de kwaliteit van het onderwijs.

De HR afdeling gaat het dus behoorlijk druk krijgen. Want dit betekent nogal wat, zeker gezien de korte periode waarover in de brief wordt gesproken; dit schooljaar is nog een overgangsjaar, maar volgend jaar moeten aantoonbaar grote stappen worden gemaakt op dit terrein.

Schouders van de HR afdeling breed genoeg?

De veranderingen die de ministers voorstellen zijn lovenswaardig en inderdaad noodzakelijk. Ik maak me wel zorgen of het proces ontworpen door ministers wel reëel is; de HR afdeling zal in verreweg de meeste instellingen nog niet in staat zijn om deze ingewikkelde en ingrijpende taken uit te voeren. HR zal zelf namelijk een enorme professionaliseringsslag moeten maken om dit goed te kunnen doen. Waar het nu nog vaak een uitvoerende afdeling is met vooral veel onderwijskundige kennis en vaardigheden, zal er op zeer korte termijn grote behoefte zijn aan kennis over organisatieveranderingen, cultuurveranderingen, het ontwerpen en implementeren van een kennisinfrastructuur, het in kaart brengen van ontwikkelbehoeftes en daarop anticiperen, etc. etc.

Leraar aan het stuur; HR is de motor

Je zou kunnen stellen dat HR misschien wel de belangrijkste rol krijgt binnen de onderwijsinstelling omdat ze verantwoordelijk is voor de onderwijskwaliteit in de breedste zin van het woord. En op basis waarvan de gehele organisatie zal moeten meebewegen om succesvol te zijn in het uitvoeren van deze integrale opdracht. Een enorm verantwoordelijke en sturende rol, die zeer dichtbij of zelfs binnen de raad van bestuur zal moeten worden geïntegreerd.

Integrale benadering

We mogen niet onderschatten dat de uitvoering van het strategische personeelsbeleid grote investeringen zal vragen; niet alleen geld maar ook veel tijd en energie. Er zal een grote behoefte zijn aan om-, en bijscholing, aan nieuwe capaciteiten en vaardigheden en waarschijnlijk ook aan veel nieuwe mensen. De ministers zijn zondermeer de juiste weg ingeslagen met hun plannen. DE uitvoering daarvan draagt niet alleen bij aan het verstevigen van de positie van docenten, maar ook aan modern onderwijs van de hoogste kwaliteit. Het is daarom van het grootste belang om te zorgen dat deze belangrijke ambities niet stranden in het “oude systeem” en vastlopen op verouderde HR afdelingen. Om een nieuw systeem te creëren zul je de middelen en methoden die je ter beschikking hebt mee moeten nemen in die verandering. De transitie vraagt dan ook om een integrale benadering: Te weinig oog en aandacht voor HR en haar verwevenheid met de rest van de onderwijsinstelling zal uitmonden in een mislukking. Een mislukking waarvan het onderwijs in Nederland er inmiddels te veel van op haar bordje heeft gekregen.

Neem voor meer informatie contact op

Gerelateerde items

ECBO start nieuw project: ‘Aan de slag met Diversiteit en Inclusie’

Aan de slag met verbeteren PTA’s

‘Pak je ruimte’ in het mbo – van gepersonaliseerd leren tot examinering