De snelheid van technologische ontwikkelingen; feit of fictie?

Technologische vooruitgang cinopk(1)

19 maart 2019

In het FD van 14 februari 2019 vragen Hella Hueck en Robert Went zich af of de snelheid van technologische veranderingen de laatste jaren echt zo veel groter is dan bij eerdere industriële revoluties, zoals zoveel publicaties recent suggereren. Ze beschouwen deze enorme snelheid grotendeels als een mythe, net als de noodzaak voor bedrijven en andere organisaties om zich aan deze snelheid aan te passen. Lopen we het gevaar, door de ontwikkelingen te bagatelliseren, veel te laat te reageren met een ethisch of sociaal debat over de manier waarop we technologie willen gebruiken?

Vraagtekens bij de wenselijkheid van de technologische vooruitgang

Een dag na dit artikel publiceerde het Rathenau Instituut (RI) het artikel ‘Van technisch dromen naar maatschappelijk doen’. In dit artikel worden met name vraagtekens gezet bij de wenselijkheid van de technologische vooruitgang. Het artikel waarschuwt voor blind optimisme met betrekking tot de technologische vooruitgang. Alleen wanneer technologische innovatie wordt gebouwd op een basis van sociale innovatie, kan deze tot iets goeds en wenselijks worden ontwikkeld.

Persoonlijk vinden wij het verfrissend en ook verstandig om kritische visies en opinies te blijven opnemen en niet zomaar mee te gaan in een algemeen heersende opinie. Echter, de beide artikelen onderbelichten wel een aantal elementaire aspecten van de huidige technologische ontwikkelingen die hun argumentatie minder krachtig maken. En dat is jammer omdat de boodschap die ze hebben wel degelijk van grote waarde is.

Vierde industriële revolutie

Veel van de argumenten in beide artikelen berusten op vergelijkingen van de huidige technologische vooruitgang met historische industriële revoluties zoals die van de invoering van elektriciteit. Ook deze perioden kenden enorme veranderingen; toepasbare innovaties volgden elkaar in rap tempo op. We spreken niet voor niets van revoluties; wanneer het langzame veranderingen zouden zijn, zou eerder sprake zijn van evoluties. Waarom zou die van vandaag de dag anders zijn? En waarom zouden we ineens heel anders om moeten gaan met technologie?

Dit ligt toch wat genuanceerder. De huidige revolutie wordt ook wel de vierde industriële revolutie genoemd. Na stoom, elektriciteit en digitalisering wordt deze vierde revolutie gekenmerkt door (o.a.) ‘the internet of things’ waarbij intelligente apparaten massaal aan elkaar worden verbonden, de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie en het gebruik van big data.

Het is dan ook extra opvallend dat er door het RI wordt verwezen naar Adam Smith die al in de 18e eeuw stelde dat arbeidsverdeling innovatie aanspoorde. Adam Smith, en ook de beide artikelen, gaan namelijk niet in op het feit dat de vierde industriële revolutie niet lineair groeit, maar exponentieel.

Dankzij haar digitale karakter kunnen producten en diensten nu in een fractie van een seconde miljoenen malen worden gekopieerd en verspreid. Dit is een totaal nieuw paradigma en kan niet worden verklaard met klassieke economische theorieën als die van Adam Smith waarin waarde vooral wordt bepaald door schaarste.

De enorme impact van exponentiële groei

Deze exponentiele groei heeft al enorme impact gehad. Organisaties waarvan we dachten dat die nooit zouden kunnen omvallen, bestaan al niet meer omdat ze niet snel genoeg konden reageren op de veranderingen. Denk aan de Kodak’s en Nokia’s van deze wereld. Reusachtige organisaties die in enkele jaren of zelfs enkele maanden door een digitale disruptor van het speelveld worden geveegd. GitHub heeft in vier jaar tijd 109 keer meer softwareopslag per medewerker. Local Motors maakt auto’s die 1000x goedkoper zijn om te produceren dan een paar jaar geleden. Tesla heeft 30x meer marktkapitaal per werknemer. De Candese Tangerine bank heeft 7 keer meer klanten per werknemer en 4 keer meer stortingen per klant. En dit zijn nog maar een paar voorbeelden.

Rode draad is steeds dat het voor mensen enorm moeilijk is om voor te stellen wat het betekent om exponentieel te groeien. We denken nu eenmaal lineair en exponentiele groei is daarbij zeer moeilijk te begrijpen. Er bestaan veel voorbeelden om dit te illustreren. Stel je voor dat je bovenin de hoogste ring van de Amsterdam Arena zit. Op de middenstip valt 1 druppel. Een seconde later 2 druppels, een seconde later 4, etc. Hoe lang het duurt voordat je verdrinkt? Ongeveer 45 minuten.

Ethische stellingname

Laten we ook naar een ander argument kijken dat we in beide artikelen terug zien komen. Het feit dat de artikelen geen rekenschap geven aan het exponentiële karakter van de huidige industriële revolutie, maakt nog niet dat hun zorgen over blind optimisme over de technologische vooruitgang onterecht zouden zijn. Blind optimisme zorgt ervoor dat innovatie vooral negatieve bijdragen levert aan onze samenleving. Denk aan zaken als grotere sociale ongelijkheid, verlies van privacy of de toepassing van technologie in nieuwe wapens.

Hoewel we twijfelen aan het feit dat optimisme met betrekking tot deze vooruitgang per definitie blind is voor de negatieve gevolgen, denken wij dat het wel erg belangrijk is dat we nadenken over de manier waarop we willen omgaan met nieuwe technologie. De nieuwe mogelijkheden die de innovatie ons brengt, vraagt inderdaad steeds om een duidelijke ethische stellingname. Zonder ethiek, zonder regels en wetten, zal iedere technologie kunnen worden gebruikt voor zaken die het daglicht niet kunnen verdragen.

Of we nu willen of niet….

Het punt dat we hier willen maken is dat we, door het unieke karakter en snelheid van de vierde industriële revolutie min of meer als mythe weg te zetten en/of te bagatelliseren, het gevaar lopen veel te laat te reageren met een ethisch of sociaal debat over de manier waarop we technologie willen gebruiken. Ethiek loopt op dit gebied over het algemeen altijd al achter de feiten aan, maar onderschatting van de extreme verandering waar we voor staan, vergroot het risico dat we helemaal geen controle meer hebben over de wenselijke sociale inbedding. Hope for the best and prepare for change lijkt hier de meest toepasselijke uitspraak. Een effectievere benadering dan veronderstellen dat er nog tijd genoeg is om te reageren. Want de verandering komt. Of we nu willen of niet.

Neem voor meer informatie contact op

Gerelateerde items

KOMPAS21: reflectie-instrument voor 21e -eeuwse vaardigheden

Beter burgerschap met de BurgerschapLabs

Leerbehoeften en technologie; op naar het ‘Netflix-model’?