Drie wetenschappelijk bewezen leerprincipes in het onderwijs

01 november 2019

In het artikel Integrating the Science of How We Learn into Education Technology in Harvard Business Review van deze maand, vraagt Stephen M. Kosslyn zich af wat we kunnen leren van de enorme hoeveelheid wetenschappelijk onderzoek op het gebied van leren. Hoe kunnen we dat wat wetenschappelijk is bewezen toepassen op onderwijs en leren? Op basis van een meta-analyse destilleert hij drie beproefde methodes die leiden tot beter onderwijs. In deze blog zal ik kort ingaan op deze drie principes en bekijken hoe deze samenhangen met de keuzes die op dit moment worden gemaakt om het onderwijs toekomstbestendig te maken.

Deep processing en het Principle of Desirable Difficulty

Kosslyn begint het artikel met de bewering dat leren het resultaat is van deep processing. Deep processing is de combinatie van aandacht voor het te leren onderwerp met een proces van nadenken over datzelfde onderwerp. Hoe intensiever en/of uitgebreider dit gebeurt, hoe meer je je zult herinneren en hoe meer je over dit onderwerp leert.

Goed leren, zo vervolgt hij, betekent dat hetgeen je wilt leren uitdagend is maar niet zo moeilijk dat het onhaalbaar is. Het mag ook niet te gemakkelijk zijn want dan is het leren saai en verlies je je aandacht. Het leerproces bevindt zich dus in de zone tussen te moeilijk en te makkelijk. We spreken in dit geval van het Principle of Desirable Difficulty (PDD). Om leren echt te verbeteren, zul je moeten zorgen dat je in de PDD zone blijft.

En hier zit dan ook de grote uitdaging: deze bijzondere leerzone is bij iedereen anders. Het hangt af van de persoon – hoe intelligent is iemand? Hoe snel kun je leren? Wat weet je al van het onderwerp? Etc.

Drie wetenschappelijke principes over leren

Het eerste leerprincipe (dat wetenschappelijke wordt ondersteund volgens Kosslyn) dat het leren naar een nieuw niveau moet gaan brengen bestaat uit het met behulp van technologie bepalen waar de PDD van een individu zich bevindt. Door middel van data kan dit steeds nauwkeuriger worden bepaald en kan de leerstof worden gepersonaliseerd.

Het tweede principe dat hierop verder bouwt is dat het leren actief moet zijn. Daarmee bedoelt hij dat je het beste kunt leren door middel van interactie. Bijvoorbeeld door te werken in een groep waarbinnen je samen aan de oplossing van een probleem werkt. Rollenspellen of debatvormen zijn ook voorbeelden van actief leren die worden genoemd in het artikel.

Het derde wetenschappelijk aangetoonde principe dat moet worden geïntegreerd in het nieuwe leren is “gelaagd leren”. Gelaagd leren betekent dat de studenten (die interactief leren) leerstof krijgen aangereikt waarbij iedereen op zijn eigen niveau kan leren. Denk hierbij aan een probleem waaraan zowel een beginnende student als een expert kan werken. Waar de beginneling aan de oppervlakte zal blijven, kan de expert de diepte in en leren ze beide.

De drie principes en het onderwijs van morgen

We zien dat de drie wetenschappelijk beproefde principes nauw aansluiten met een aantal ontwikkelingen die we in het huidige onderwijs ook zien. Zo sluit het leren op basis van data nauw aan bij de ambitie om leren te personaliseren; in plaats van “one size fits all”, bewegen we steeds meer naar persoonlijke leerweg, vormgegeven door middel van verschillende vormen van flexibel onderwijs. Het gelaagde leren sluit aan bij de noodzaak om ook te standaardiseren; om flexibel onderwijs organiseerbaar te maken zal je de basis moeten standaardiseren – bijvoorbeeld op basis van vaste modules. Het gebruik van gelaagd leren maakt dit mogelijk: op basis van één casus verschillende mensen op hun eigen individuele niveau en voorkeuren laten leren.

Het actieve leren heeft alles te maken met wat wij bedoelen met 21st century skills; intersubjectieve vaardigheden gericht om samen te werken, probleemoplossend vermogen, communicatie, etc. Vermogens die steeds belangrijker worden op de arbeidsmarkt en die niet worden overgenomen door machines. Vaardigheden die daarom steeds meer aandacht krijgen bij het leren, zowel binnen het onderwijs als het bedrijfsleven.

Conclusie; we zijn de goede weg ingeslagen

Het is niet mijn bedoeling om in deze korte tekst een uitgebreide analyse te maken van de drie wetenschappelijke principes uit het artikel en waar we deze principes allemaal kunnen terugvinden. Door ze kort te bespreken en te laten zien dat we ze terug zien in een aantal vormen van modern onderwijs, kunnen we concluderen dat we in ieder geval op de goede weg zitten. Dat de keuzes die worden gemaakt om het leren te moderniseren, worden ondersteund door wetenschappelijke inzichten die hun impact onderstreept.

Het is belangrijk dat wetenschap en de manier waarop we leren zeer nauw met elkaar verbonden blijven. Alleen door goed onderzoek weet je welke principes echt effect hebben, en welke niet. Hoe uitgebreid dit onderzoek moet plaatsvinden is een heel andere discussie die ik hier niet wil voeren. Ik denk in ieder geval dat vernieuwing en innovatie niet te veel mag worden afgeremd door strenge wetenschappelijke standaarden in te voeren. Daar is de materie vaak te complex voor en dat zal de kwaliteit van leren niet bevorderen. Tegelijkertijd moeten beslissingen en veranderingen wel voldoende grond hebben om te zorgen dat ze impact hebben. Het lijkt erop dat we een balans moeten zoeken zoals de PDD: te veel onderzoek remt innovatie af, te weinig gaat ten koste van de kwaliteit en impact. Kortom: we moeten streven naar een ideale zone waarbinnen onderzoek en innovatie elkaar versterken.

Meer informatie? Neem gerust contact op.

Gerelateerde artikelen

Wat leert ons brein ons over leren?

Hoe meet je 21ste -eeuwse vaardigheden?

Eerste Train-de-Trainer KOMPAS21 groot succes