Flexibel onderwijs is niet per definitie slecht onderwijs, in tegendeel

16 juni 2020

Blog door Wouter Jacobs

Er is kritiek op motie die deze week is aangenomen door de Tweede Kamer om flexstuderen wettelijk te verankeren. Tegenstanders spreken over de introductie van ‘fastfood onderwijs’ en een toenemend marktdenken in het onderwijs: met flexstuderen wordt het mogelijk om studiepunten te shoppen en doorlopende leerlijnen direct te doorkruizen. Dit zou onsamenhangende curricula tot het gevolg hebben, om nog maar niet te spreken over de administratieve rompslomp die het oplevert. Ik snap die reactie, maar wil hier benadrukken dat met deze kritiek volledig voorbij wordt gegaan aan de voordelen die flexstuderen heeft voor de toegankelijkheid van het hoger onderwijs. Daarnaast vind ik het jammer dat er een schijnbare tegenstelling wordt gecreëerd tussen flexibel onderwijs en goed onderwijs. Zo kan je betwisten of het betalen per studiepunt de juiste vorm is, maar het flexibel organiseren van onderwijs is niet per definitie slecht. In tegendeel, kwaliteit én maatwerk kunnen naast elkaar bestaan en maakt het onderwijs juist beter.

Kritiek leidt af van de positieve effecten

De kritiek richt zich vooral op het toekomstscenario waarin onderdelen van opleidingen bij elkaar worden gewinkeld tot een weinig samenhangend geheel dat geen kwaliteit en waarde meer heeft. Met als bijkomend effect dat individualisering in het onderwijs hoogtij viert en studenten niet meer samen leren. Flexstuderen kan natuurlijk worden becommentarieerd in haar vorm, namelijk door te betalen per studiepunt, maar met deze kritiek moeten de positieve effecten én de behoefte achter flexstuderen niet worden vergeten. Flexstuderen is namelijk geen doel op zich. Het is een manier om tegemoet te komen aan de behoeften van nieuwe generaties studenten en ruimte te geven aan onderwijspioniers die daarop inspelen. Met de zo noodzakelijke wendbaarheid en maatwerk tot gevolg. Het feit dat steeds meer hogescholen en universiteiten de behoefte hadden om aan te sluiten bij de pilot flexstuderen versterkt dit beeld.

Dat studenten de behoefte hebben om flexibel te studeren blijkt eveneens uit de evaluatie (2018) over het experiment flexstuderen aan de Hogeschool Windesheim. Flexstuderen zou juist positieve effecten hebben op de toegankelijkheid en onnodige uitval voorkomen. Zo bleken de belangrijkste redenen om flexibel te willen studeren dat studenten niet fulltime een opleiding konden volgen door de combinatie met werk of ondernemerschap. Of bijvoorbeeld wegens gezondheidsredenen: studenten kunnen door een chronische ziekte niet bij alle lessen aanwezig zijn.

Kwaliteit én maatwerk

Met de belangstelling van jongeren en volwassen met een leerbehoefte om te flexibiliseren, is er ook een manier om dat kwalitatief en voor de lange termijn goed in te richten. Een systeem waar oog is voor maatwerk én kwaliteit.  De financieringsstructuur is daarin belangrijk, maar niet bepalend voor het succes. Wel bepalend is de samenhang op de cruciale thema’s: diversiteit, professionalisering van docenten, stapelen met waarde, onderwijskundig leiderschap en logistiek. Daarnaast zien we met de komst van de coronacrisis een toenemende flexibiliteit in het huidige rigide systeem, zo kunnen meer studenten onderwijs volgen op een moment dat hen dat uitkomt. Laten we beginnen met lessen te trekken uit deze eerste flexilibiseringsslag.

De motivatie van de student en de lerende organisatie om het onderwijs van de toekomst in samenhang vorm te geven, bepaalt het succes van flexstuderen. Er zijn al diverse goede voorbeelden van hoe het wel kan. Koudwatervrees is niet nodig.

Neem contact op voor meer informatie