Nederlands beroepsonderwijs als het onderwijs van de toekomst?

Cinop beroepsonderwijs
Cinop beroepsonderwijs

08 februari 2019

Op het World Economic Forum in Davos, eind januari, waren de experts het er over eens: we leiden op dit moment studenten verkeerd op. Met onderwijssystemen die de laatste honderd jaar nauwelijks veranderd zijn. Wat werkt dan wel? Het systeem voor een belangrijk deel omdraaien: onderwijs dat begint vanuit specifieke vaardigheden (‘on the job’) om vandaaruit algemene kennis te abstraheren. Wat opvalt is dat dit moderne, gewenste 21e -eeuwse onderwijs verrassend veel overeenkomsten vertoont met ons Nederlandse beroepsonderwijs.

Ieder jaar komen toppers uit de wetenschap, politiek en bedrijfsleven bij elkaar in Davos tijdens de jaarvergadering van het World Economic Forum. Onderwijs speelt daar altijd een belangrijke rol in de vele sessies en speeches die daar gehouden worden. Dit jaar was er echter bijzonder veel aandacht voor dit belangrijke thema. En dan met name: hoe kunnen we mensen klaarstomen voor de arbeidsmarkt van morgen?

De setting is inmiddels helder: de arbeidsmarkt verandert razendsnel. Voortgedreven door techniek verdwijnen er banen en ontstaan er nieuwe. Vrijwel alle banen zullen qua inhoud drastisch veranderen. Grote vraag is daarom: hoe komen we aan de mensen die over de vaardigheden beschikken om deze nieuwe taken allemaal uit te voeren?

De experts op het forum waren vrijwel unaniem: we leiden op dit moment mensen verkeerd op. Ze worden opgeleid voor banen die er straks niet meer zijn of die heel anders worden ingevuld waardoor de geleerde kennis en vaardigheden niet bruikbaar meer zijn.

We gebruiken onderwijssystemen die in de kern de laatste honderd jaar nauwelijks veranderd zijn. We moeten ons gaan afvragen wat we echt nodig hebben. Is het nog zinnig om tafels uit het hoofd te leren in een tijd waar iedereen een krachtige rekenmachine in zijn zak heeft? Of topografie? Zo zijn er tal van zaken in ons onderwijssysteem waar we van veronderstellen dat iedereen ze moet leren maar die ook heel goed kunnen worden toevertrouwd aan machines. We zouden mensen veel meer moeten leren hoe ze met die kennis om zouden moeten gaan. Hoe ze die kunnen beoordelen en gebruiken.

Natuurlijk zal er zeker een basis nodig blijven. Hoewel de technologie alles lijkt te veranderen, blijven onze hersenen voorlopig nog hetzelfde werken. Lezen, schrijven – en ik denk ook rekenen – blijven belangrijk als fundament voor de nieuwe manieren van leren. Maar dat betekent niet dat we dit soort zaken niet moeten blijven bevragen en onderzoeken: wat is nu echt nodig en belangrijk? In welke vorm moeten we dat dan leren? Zouden we er niet mee moeten stoppen en iets anders gaan doen? Dit soort vragen zijn erg belangrijk om te blijven stellen en moeten voorkomen dat we zowel de vorm als inhoud van (delen van) ons onderwijs als iets vanzelfsprekends zien. We moeten scherp blijven.

Neem bijvoorbeeld het klassieke toetsen van studenten; ook dit stond hevig ter discussie op het Forum. Wat is de zin daarvan? Niemand zal je later vragen om een probleem op te lossen maar zonder gebruik te maken van een boek of internet en zonder met iemand te praten. Daarbij komt dat opleidingen mensen vooral leren om toetsen te halen. Daar worden de opleidingen ook voor beloond. In plaats van klassieke onderwijsvormen zouden we naar een situatie moeten waar studenten veel creatiever te werk kunnen gaan; echte problemen oplossen, het liefst op de werkvloer. In plaats van een ouderwetse toets zouden we veel vaker met behulp van andere methodes de geleerde vaardigheden en capaciteiten moeten beoordelen.

Wat wel vaststaat is dat het onderwijssysteem voor een belangrijk gedeelte zal moeten worden omgedraaid. De huidige opleidingen leren vooral algemene kennis aan, van waaruit je op het einde – vaak wanneer je aan het werk gaat- speciale vaardigheden moet destilleren. Wat we veel meer nodig hebben is onderwijs dat begint vanuit specifieke vaardigheden (‘on the job’) om vandaaruit algemene kennis te abstraheren. Een succesvol voorbeeld hiervan is het Zwitserse meester-gezel systeem waarbij studenten in de leer gaan bij een bestaand bedrijf of organisatie waar ze, gekoppeld aan een mentor, snel de specifieke kennis en vaardigheden leren die daar nodig zijn.

Wat opvalt is dat dit moderne, gewenste 21e -eeuwse onderwijs eigenlijk verrassend veel overeenkomsten vertoont met ons Nederlandse beroepsonderwijs. Ook daar is de praktijk leidend, en worden studenten zoveel mogelijk ‘on the job’ opgeleid. Natuurlijk zijn er ook bij ons beroepsonderwijs nog veel klassieke onderdelen. Maar gezien de richting waar dit type onderwijs naartoe beweegt, nemen deze elementen in de toekomst verder af. Het beroepsonderwijs is namelijk bezig om zichzelf om te vormen. Om sneller te kunnen voldoen aan de arbeidsmarkt en de opdracht om mensen een leven lang op te leiden, worden de beroepsopleidingen steeds flexibeler. Zo zijn ze beter in staat om onderwijs op maat aan te bieden en om beter aan te sluiten bij de professionele levens van studenten die leren naast hun baan.

Flexibel onderwijs, en de daarbij horende professionalisering van de docenten en de rest van de onderwijsorganisatie, moeten in staat zijn om de belangrijke vragen die we continu moeten blijven stellen aan het onderwijs (Wat doen we? Waarom doen we het? Past dit bij de arbeidsmarkt van vandaag en morgen? etc.) niet alleen te beantwoorden, maar deze antwoorden ook snel te implementeren. Ik geloof erin dat Nederland nummer 1 in leren kan worden. Hoe? Door in Nederland een combinatie te maken van praktijkgericht onderwijs, vanuit een basis die, in verbinding met de praktijk van de samenleving, zichzelf continu blijft bevragen en in staat is om snel en efficiënt veranderingen door te voeren. Zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit. Dit klinkt ingewikkeld, voor sommigen wellicht onmogelijk, maar dat hoeft het niet te zijn.

Wanneer je een onderwijsorganisatie echt wilt veranderen, moet je beginnen bij de docent. Met hem/haar kun je onderzoeken hoe je de student het beste voorbereidt op de toekomst. Door vervolgens de daarbij horende voorwaarden en mogelijkheden binnen de organisatie te faciliteren en implementeren, kun je –mits goed uitgevoerd – een lerende organisatie creëren. Een lerende organisatie die wendbaar is. In staat om pro actief te reageren op snelle veranderingen en zich daar vervolgens aan aan te passen. Er bestaan al goede en inspirerende voorbeelden van dergelijke organisaties. Vaak zijn deze nog klein of beslaan slechts een gedeelte van een grotere organisatie. Maar ze tonen aan dat het mogelijk is.

Neem voor meer informatie contact op

Gerelateerde items

Onderwijs op maat: nieuwe opleidingsaanpak voor volwassenen in de zorg

Vakwedstrijden krachtig instrument voor professionele ontwikkeling

Nederland nummer 1 in inburgering