Ontwikkelen van een branchekwalificatiestructuur voor Omgevingsdienst NL

10 september 2020

Om gezamenlijk meer sturing en structuur te geven aan opleidingsvraagstukken wilde Omgevingsdienst NL verkennen óf en hoe een branchekwalificatiestructuur (BKS) kan bijdragen aan de professionalisering en versterking van de branche. CINOP ondersteunde in het formuleren van branchekwalificaties en in het uitvoeren van een BKS-pilot. Omgevingsdiensten zorgen voor vergunningverlening en toezicht en handhaving (VTH) op het gebied van milieu.

CINOP leerde ons om op een gestructureerde wijze te komen tot een praktisch toepasbare en inzichtelijke uitwerking van de kwaliteitscriteria.

Mark Pepping, projectleider Arbeidsmarkt en Deskundigheid Omgevingsdienst NL (ODNL)

Branchekwalificatiestructuur (BKS)

Voor de omgevingsdiensten is een BKS een door de branche gevalideerde standaard waarin activiteiten en verplichte opleidingen binnen de deskundigheidsgebieden zijn geconcretiseerd. De omgevingsdiensten wilden hiermee zelf eisen stellen aan het vak omdat zij zelf het beste de risico’s en eisen van het werk kennen. Een BKS draag ook bij om opleidingsvraagstukken slimmer te organiseren en kennis/expertise tussen de diensten te delen én om deze aantoonbaar te maken.

Aanpak: structuur opbouwen met leereenheden

CINOP ondersteunde bij het uitvoeren van een BKS-pilot met en bij het formuleren van branchekwalificaties. Deze pilot moest inzicht geven hoe zo’n standaard eruit kan komen te zien en hoe dit kan bijdragen aan het scholings-, professionaliserings- en loopbaanbeleid in de branche. De pilot verliep in drie stappen:

Afbakening project: ontwikkelen van een BKS voor 4 van de 26 (later 27) deskundigheidsgebieden.

Structuur bedenken: De omgevingsdiensten hadden behoefte aan het verhelderen van eisen rond taken en activiteiten die horen bij meerdere functies of deskundigheidsgebieden én die richting geven aan opleiders over wat er in verplichte opleidingen moet zitten. Daarom is de BKS opgebouwd en uitgewerkt in twee soorten leereenheden:

  • de A-eenheden: concretisering van de activiteiten in benodigde kennis, vaardigheden, competenties en ‘leeruitkomsten’.
  • de VeVo-eenheden (verplichte vormingseisen): concretisering van verplichte opleidingen in termen van kennis en vaardigheden, die dienen als sturingsdocument voor opleidingsaanbieders.

Formuleren branchekwalificaties: Nadat de structuur was uitgewerkt hebben de omgevingsdiensten – met hulp van CINOP – zelf invulling gegeven aan deze eenheden. Om de A-eenheden uit te werken zijn experts in de betreffende deskundigheidsgebieden door CINOP uitgevraagd over hun dagelijkse werkzaamheden. Voor de VeVo-eenheden is door CINOP de inhoud van verschillende aanbieders naast elkaar gezet om de gemeenschappelijke deler eruit te halen. Hierover is ook met de vertegenwoordigers van de omgevingsdiensten gesproken.

Fase van uitproberen

De fase van uitproberen is gestart. Om hier regie op te voeren is de ODNL Academie opgericht. Er wordt gekeken hoe de Vevo-eenheden en de A-eenheden gebruikt kunnen worden voor opleidingskaders bij cursussen en bij een toetsingskader. Met de opleidingskaders wil de ODNL Academie toetsen of opleidingsaanbieders met hun opleiding de vereiste kwalitatieve invulling geven aan de branchekwalificaties.

De inzet van CINOP heeft ervoor gezorgd dat wij als branche meer sturing kunnen geven aan het opleidingslandschap, gefundeerd op de kwaliteitscriteria.

Mark Pepping, projectleider Arbeidsmarkt en Deskundigheid ODNL

Waarom CINOP?

CINOP heeft Omgevingsdienst NL geholpen om in korte tijd invulling te geven aan het concretiseren van kwaliteitscriteria. We hebben jarenlange ervaring met het ontwikkelen van (branche-)standaarden, flexibele vormen van leren en ontwikkelen en kwaliteitseisen ten aanzien van vakbekwaamheid (kwalificeren en examineren).

Meer weten over branchekwalificatiestructuren? Neem gerust contact op